Komende maand beginnen 32 landen aan de groepsfase van het WK 2018. Zestien zullen na een paar weken afvallen, en slechts één kan de winnaar zijn. Vier jaar geleden was dat Duitsland, dat in de finale won van Argentinië met 1-0. Het beslissende schot kwam destijds van de schoen van Mario Götze, in de 113de minuut. Wie maken deze editie het meeste kans op de titel?  

Brazilië

In ieder lijstje over het WK 2018 staat Brazilië bovenaan. De vijfvoudige winnaar van het toernooi is ook deze zomer een belangrijke titelkandidaat. Het elftal beschikt over veel kwaliteit, op vrijwel iedere positie. Achterin is de ploeg sterker dan vier jaar geleden, met de toevoeging van Allison en Ederson. Op het middenveld spelen Casemiro, Countinho en Paulinho een sleutelrol. De doelpunten worden verzorgd door Gabriel Jesus en Neymar. Coach Tite heeft aangegeven dat meerdere spelers de aanvoerdersband zullen dragen tijdens het toernooi. Het doel daarvan is om van Brazilië een hechte eenheid te maken. De spelers moeten voor elkaar door het vuur gaan. Explosiviteit en emotie zijn onlosmakelijk verbonden met het Braziliaanse voetbal. Als de Brazilianen het hoofd koel houden, zijn ze favoriet voor de titel.

Duitsland

Winnaar van vier jaar geleden, halve finalist van het EK 2016. Dat zijn de prestaties van het Duitse elftal de afgelopen paar jaar. Hoewel Frankrijk destijds met 2-0 te sterk was, bood de ploeg van Joachim Löw uitstekend partij. Ook deze editie is Duitsland een kanshebber. De ‘oude garde’ is uit elkaar gevallen, met het afscheid van Bastian Sweinsteiger en Philip Lahm. Ze zijn vervangen door onder meer Joshua Kimmich en Leon Gortetzka. Jonge, sterke spelers die het Duitse elftal weer een opkikker geven. Er blijft echter nog genoeg ervaring over: Mats Hummels, Toni Kroos, Thomas Müller, Marco Reus en Julian Draxler gaan allemaal mee naar Rusland. Wel worden de Duitsers geplaagd door de afwezigheid van doelman Manuel Neuer. De Duitse keeper heeft weinig gespeeld afgelopen seizoen en daarmee lijkt zijn deelname aan het WK onzeker.

Frankrijk

Frankrijk bereikte de finale van het afgelopen EK en ging daar strijdend ten onder tegen Portugal. De jonge talenten van toen zijn inmiddels uitgegroeid tot spelers van wereldklasse. Namen waar je u tegen zegt, waaronder Hugo Lloris, Raphael Varane, Paul Pogba, Antoine Griezmann en Ousmane Dembele. De Franse ploeg had altijd het probleem dat het geen eenheid vormde. De grote talenten presteerden in dienst van de nationale ploeg regelmatig onder hun niveau. Dat lijkt nu anders, na een uitstekende kwalificatiereeks. Uit tien wedstrijden behaalde de ploeg 23 punten en werd 18 keer gescoord. Didier Deschamps lijkt een hecht team te hebben gesmeed. De Fransen lijken eindelijk klaar voor een zege op het hoogste podium.

Spanje

Spanje won het WK van 2010, maar stelde in de toernooien daarna teleur. Toch is de Spaanse ploeg zeker nog niet afgeschreven. Hoewel de leeftijd van een aantal spelers wat hoger ligt, lijkt de aanwas het oude niveau te kunnen evenaren. Isco is de nieuwe man op het middenveld, nu Andrés Iniesta met één voet buiten de deur staat. David de Gea wordt met zijn 27 jaar beschouwd als één van de beste keepers ter wereld. Dat neemt niet weg dat het elftal vooral leunt op ervaring. Pique en Ramos vormen al jaren het centrale duo achterin en David Silva en Sergio Busquets zijn vaste krachten op het middenveld. Diego Costa moet voor de doelpunten zorgen. De Spaanse ploeg heeft misschien niet de finesse van 8 jaar geleden, maar heeft voldoende kwaliteit om een finaleplaats af te dwingen.

De sterke outsiders

Toch is het nog maar even afwachten of één van bovenstaande ploegen inderdaad de beker pakt. Naast de overduidelijke titelkandidaten komen aankomende zomer namelijk ook een aantal interessante outsiders in actie. Denk aan landen als Argentinië, België, Engeland en Denemarken, elk met een uitstekende ploeg. Zij kunnen het de toplanden knap lastig maken en maken zelf ook aanspraak op de titel. Meer over de outsiders lees je in dit artikel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER